Jouke.FamHofman.com

Cambodja

(Juni - Juli 2007)

Daar sta je dan, met je voeten ver wegzakkend in de rode modder van een Cambodjaanse snelweg. Geen koppelingshendel meer, maar wel een vervelend grote brandplek op je kuit en kilometers ver van enige vorm van civilisatie. De woorden van onze vader schieten vervelend vaak door mijn hoofd: “Ga nou niet motorrijden in Cambodja, voor hetzelfde geld heb je een auto met chauffeur.” Hij moet geweten hebben dat dit advies toch niet werd opgevolgd, want toen we hem een aantal weken later in Bangkok tegenkwamen was er geen enkel teken van verassing op zijn gezicht af te lezen.

Er is niets aan de hand, de weg is erg slecht en we rijden daarom wat minder hard. Motorrijden tijdens het regenseizoen heeft zijn voordelen, het is beduidend minder warm, maar het maakt de rode kleiachtige wegen erg glad. Desalniettemin hebben we al een behoorlijk aantal probleemloze kilometers overbrugd over de prachtige, met rijstvelden omringde weg naar Koh Ker. Ik rijd voorop aangezien ik meer motorrijervaring heb dan Joost en groot is mijn schrik als ik hem niet meer achter me zie rijden in mijn spiegel. Ik heb het niet zien gebeuren, de weg was te slecht om constant in je spiegel te kijken, maar volgens Joost ging het ongeveer als volgt: “Niets aan de hand, ik was bezig de zoveelste plas te ontwijken en door die actie gleed mijn motor een stuk dichter naar de rand van de weg toe. Nog steeds niets aan de hand, ware het niet dat het kleine bosje daar zoveel stekels had dat het mijn been greep en woest naar achter slingerde. Voordat ik het wist lag ik met mijn neus in het rijstveld.” Zo jong en onbezonnen als we zijn hebben we geen passende kleding meegenomen en rijden we met korte broek en T-shirt op de motor. De val zelf valt mee: geen blauwe plekken te bekennen, de motor heeft de klap goed opgevangen en is niet op Joost zijn been beland. Helaas had hij niet door dat zijn andere been al een tijd lag ligt te garen op de hete uitlaat, met een behoorlijke tweedegraads verbranding als gevolg. Daar sta je dan.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0832-14

Met mijn behoorlijke ervaring in het thuiskrijgen van oude, achtergestelde motors zou ik de motor naar Kampong Thom, het dichtstbijzijnde grote dorp, terugrijden. Daar aangekomen blijkt het vinden van een passende hendel niet zo makkelijk als gedacht: de lokale bevolking rijdt namelijk op de typische Aziatische scooters. De Honda XR250R’etjes, waar wij op rijden, worden alleen maar door avontuurlijke toeristen gebruikt. De vreugde van de man die een hendel uit een diepe kist op weet te duiken is dan ook groot en hij biedt het aan voor het buitensporige bedrag van 20 dollar. Wij hebben de hendel nodig en hij weet het. Met een dubbel gevoel hebben we het kleine kraampje verlaten, opgelicht, maar opgelucht dat we rijdend verder kunnen naar het hotel van waaruit we zijn vertrokken. De geschrokken hoteleigenares begeleidt ons naar de plaatselijke arts die de wond hardhandig schoonmaakt. Dankzij de grote open wond is lopen met een lange broek aan niet meer mogelijk, maar motorrijden gaat nog prima. Met betere kleding aan dan voorheen betreden we nogmaals de gevreesde snelweg.

Snelwegen in Cambodja lijken in geen enkel opzicht op de snelwegen in Nederland. Als ze al geasfalteerd zijn is het niet meer dan een tweebaans strook, waar koeien, kinderen en inhalende bussen de weg delen. En met inhalende bussen bedoel ik enorme touringcars die met een snelheid van boven de honderd kilometer per uur over de weg heen denderen en alle kleinere tegemoet komende voertuigen de berm in dwingen. De niet geasfalteerde snelwegen zijn meestal volledig kapot gereden door benzinesmokkelende vrachtwagens. Dit resulteert in het regenseizoen in enorme plassen, waarvan de dieptes nogal verschillen. De koeien worden in de gaten gehouden door de spelende kinderen en hebben, zoals je van dieren verwacht, geen enkel gevoel voor verkeer en springen soms een paar meter voor je de weg op.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0821-121 IMGP0830-125

Gelukkig blijkt de rode snelweg nu een stuk beter begaanbaar. De plassen zijn grotendeels opgedroogd en de vervolgweg naar een van de oudste tempelcomplexen van Cambodja blijkt in vergelijking met de snelweg in superieure staat. Vergis je niet, het is nog steeds een weg van aangedrukt zand, maar vele malen beter begaanbaar. De zevende-eeuwse tempels zijn bij verre na niet zo indrukwekkend als de bekende tempels bij Angkor Wat, maar ze zijn volledig met bomen bekleed en geven een veel authentieker gevoel. Neem daarbij dat we in het begin volledig in ons eentje door het complex kunnen crossen en dat de bedelende kinderen ons met rust laten: het maakt evengoed veel indruk op ons. Sambor Prei Kuk is tijdens de Franse bezetting behoorlijk opgeknapt, maar er is sinds de tijd van de Rode Khmer niet veel meer aan gedaan. Dat het complex door de slechte weg niet vaak bezocht wordt blijkt wel bij het invullen van het gastenboek, we zijn de eerste toeristen sinds een week! Het complex bestaat uit ongeveer 170 verschillende bouwwerken waarvan het grootste gedeelte is ingestort. Het bevindt zich in een bos en doordat we er op onze motors doorheen kunnen rijden komen we uit bij tempels die mogelijk in geen jaren door toeristen zijn bezocht. We besluiten weg te gaan als er wonder boven wonder een bus vol toeristen aan komt rijden. Echter door het oponthoud door de val is het te laat om de reis voort te zetten naar onze bestemming bij Sra Yong en rijden we weer terug naar Kampong Thom.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0842-130

Het lijkt het niet waard om op de motor deze moeilijk begaanbare wegen te doorkruisen, maar de omgeving en de mensen maken veel goed. Ze zijn duidelijk niet gewend dat toeristen dit soort wegen in hun eentje nemen. Heel Cambodja gebruikt dollars (een dollar staat gelijk aan 4.000 riel) en op het moment dat een man die benzine verkoopt niet goed weet wat hij met onze dollars aanmoet weet je dat je op een bijzondere plek bent aangekomen. De rijstvelden worden nog door buffels omgeploegd en de mensen die het land bewerken kijken op en groeten je met een grote lach op hun gezicht. Bijna hadden wij dit uitstapje niet gemaakt als we niet naar Bokor Hill Station waren geweest.

Bokor Hill Station ligt in het Bokor National Park, vlakbij het plaatsje Kampot en het is een van de meest indrukwekkende ervaringen van zowel mijn motor- als mijn reiscarrière.  Het park was vroeger een Franse stad die rond 1920 werd aangelegd om boven op de berg te kunnen genieten van de beduidend koudere temperaturen en de lagere luchtvochtigheid. Het park ligt bezaaid met oude villa’s, een kerk en het oude hotel. De weg er naar toe is 39 kilometer lang en verschrikkelijk slecht begaanbaar: het wordt ons dan ook met klem afgeraden om de weg op de motor te bedwingen.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0791-114 IMGP0912-145

Om eerst meer feeling te krijgen met onze gehuurde motors besluiten we de omgeving van Kampot te verkennen. Vlakbij Kampot ligt het badplaatsje Kep dat op de motor over een redelijke weg goed te bereiken is. Kep was vroeger Cambodja’s meest vooraanstaande kustplaats, het werd vanaf 1900 tot aan de jaren ‘60 bezocht door rijke Fransen en de elite van Cambodja. Ook Kep is ten prooi gevallen aan de Khmer Rouge en het bestaat nu uit verlaten villa’s, mooie promenades en prachtige standbeelden. Uiteraard begint het keihard te regenen als we bij het strand van Kep aankomen en besluiten we om onze doorweekte kleren uit te trekken en te gaan zwemmen in de zee. De verbaasde gezichten doen ons beseffen dat ook hier weinig toeristen komen. Het eind van de dag besteden we door een bezoek te brengen aan de voet van de berg die we toch graag op de motor willen bedwingen. Onze nieuwsgierigheid wint het van onze common-sense en we besluiten een voorproefje te nemen. Na drie kilometer de berg op en af gereden te zijn besluiten we om de volgende dag de gok te wagen.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0720-81 IMGP0722-83 IMGP0728-85 IMGP0731-87

We staan die dag vroeg op. Tijdens het ontbijt krijgen we te horen dat de auto’s die de toeristen naar boven brengen al een uur onderweg zijn. Een beetje bezorgd dat we misschien te weinig tijd hebben, stappen we op de motor en snellen weer naar de voet van de berg. Het begint al direct goed. Na de eerste kilometer kwamen twee motorrijders de berg afrollen, met de vraag of we niet toevallig een koppelingshendel mee hebben (waar hebben we dat eerder gehoord). Een blik op de rijder daarachter zegt genoeg: gevallen en knie volledig opengehaald. Helaas voor de motorrijders hadden we niet de spullen mee en met de verzekering dat ze het zelf wel zouden redden  zijn we, enigszins verontrust verder gereden. Na een aantal kilometer rijden over de door de jungle overgenomen weg, merken we dat we de motors steeds beter onder de knie krijgen en voordat we het weten rijden we als volleerde endurorijders de berg op. Na een uur komen we de eerste jeep tegen die netjes aan de kant gaat om ons erlangs te laten. Bij het voorbijgaan krijgen we van de jaloers kijkende passagiers nog een goedkeurende duim en rijden we met gepaste trots verder. Drie auto’s en een half uur later komen we aan bij de eerste villa’s van het park. De villa’s moeten vroeger enorme luxe hebben uitgestraald, maar sinds de Khmer Rouge is daar weinig van overgebleven, op wat marmer op de vloer na. We rijden heel asociaal met de motor het huis in om hem te parkeren op wat ooit een terras moet zijn geweest.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0751-97 IMGP0770-106

Onderweg zijn we volledig natgeregend en als we op de top aankomen, rijden we letterlijk en figuurlijk verder met ons hoofd in de wolken. We rijden langs verlaten villa’s met enorme lappen grond, totdat we een klein kerkje tegenkomen. De setting had niet veel beter kunnen zijn. Het kerkje dat als uitvalsbasis is gebruikt door de Khmer Rouge, is volledig omringd door wolken. Net als de villa’s is alles wat los of vast zat verwijderd en net als bijna alles in Cambodja volledig beklad met graffiti. Als we naar het kerkje toe lopen breken de wolken open en krijgen we een glans te zien van ons einddoel, het oude hotel en casino. Een klein pad achter de kerk leidt ons naar de rand van een klif waar we door een nieuw gat in de wolken uitzicht hebben op de golf van Thailand. We zijn al die tijd alleen. We verdenken dat de auto’s de barre tocht naar boven niet hebben gehaald, maar bij het hotel komen we dan toch een paar andere mensen tegen. Het hotel is eigenlijk niet te beschrijven, er is niets meer te vinden, maar de pracht en praal straalt er nog steeds van af. De balzaal is nog steeds betegeld met duur marmer en in de openhaard liggen stukken verbrand hout. Het hele hotel is begaanbaar en het terras eindigt waar een kilometer lange klif begint. Het hotel is al twee keer opgebouwd geweest en elke keer weer volledig verwaarloosd door oorlogen. Wie de film “City of Ghost” kent komt niet bedrogen uit, de spannende setting is precies zoals wij het meemaakten.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0773-107 IMGP0774-108 IMGP0789-11

Voordat we de weg naar beneden inzetten proberen we een waterval te bereiken. De brug die we tegenkomen is in belabberde staat en we besluiten de reis te voet voort te zetten. De waterval is zoals elke andere: prachtig en heeft iets mystieks. De reis naar beneden is iets moeilijker omdat de regen de plassen nog dieper heeft gemaakt en we rijden soms met het water bijna tot onze knieën er doorheen. Op de terugreis halen we nog twee buitenlanders in waar we even een praatje mee maken. Ze waarschuwen ons voor de beplanting die een van de twee bij de nek vastgreep en bijna van de motor trok. Dankend voor de waarschuwing zetten we onze tocht weer voort en het duurde niet lang tot we de geasfalteerde snelweg oprijden naar Kampot. Moe en voldaan komen we aan bij ons guest house en hebben we het erover hoe we de moeilijke rode weg naar Koh Ker zullen nemen.

JavaScript moet ingeschakeld zijn om de gallery te zien.

IMGP0737-89 IMGP0744-94 IMGP0796-13 IMGP0801-117